
November is als een stille ademhaling tussen seizoenen.
De oogst is binnen, de dagen worden korter, en de aarde keert naar binnen om te rusten.
Na Samhain, het feest van loslaten en gedenken, breekt een tijd van bezinning aan. De nevel hangt over de velden, het hout kraakt in de haard, en in de lucht voel je dat iets ouds langzaam plaatsmaakt voor iets nieuws.
Het is de maand van vertraging — de adem tussen donker en licht.
In de volksmond werd november gezien als een tijd van stilte en verwachting, een voorbereiding op het lichtfeest van Yule dat nog in de verte gloort.
De mensen leefden van voorraad, maakten winterkost, lapten kleren en vertelden elkaar oude verhalen bij kaarslicht.
Sint-Maarten
Tussen Samhain en de komst van Sint-Nicolaas brandt nog een ander licht:
Sint-Maarten.
Op 11 november trekken kinderen met lampionnen door de dorpen, zingend in de vroege schemering.
Het is het feest van het delen — van het laatste licht van de oogst, van brood en overvloed, van warmte in een koude tijd.
Volgens de legende deelde Maarten, een Romeins soldaat, zijn mantel met een bedelaar in de sneeuw.
Die daad van eenvoud en goedheid werd eeuwenlang herdacht met liedjes en lichtjes, als herinnering dat zelfs een klein gebaar het donker kan verlichten.
Nog altijd kunnen we dat gebaar voelen in de novemberlucht — in een glimlach, een gedeelde maaltijd, een vriendelijk woord.
Het zijn de kleine vlammetjes die ons dragen tot aan Yule.


🎁 Sint-Nicolaas – de goed heiligman
Een van de oude verhalen van deze periode is dat van Sint-Nicolaas, de heilige van kinderen, zeelieden en armen.
Nicolaas van Myra leefde in de vierde eeuw in wat nu Turkije is.
Volgens de overlevering stond hij bekend om zijn vrijgevigheid en stille goedheid.
’s Nachts zou hij munten door het raam hebben gegooid bij gezinnen die in armoede leefden — een daad van barmhartigheid die later uitgroeide tot de gewoonte van het schenken van geschenken.
In oude sagen en legenden werd Sint-Nicolaas niet alleen als heilige gezien, maar ook als beschermer van reizigers en dieren, en als figuur die de grens tussen leven en dood bewaakt.
In sommige delen van Europa trok hij niet met een vrolijke knecht, maar vergezeld van een donkere schaduwgestalte — een herinnering aan de wintergeesten die vóór de kerstening werden gevreesd en geëerd.
Zo draagt november nog altijd die dubbele toon:
tussen donker en licht, tussen stilte en verwachting.
De aarde slaapt, maar in die stilte groeit iets nieuws —
de eerste vonk van Yule, diep verscholen onder de as.
✨ Laat november je uitnodigen tot zachtheid en verstilling, tot luisteren naar wat je hart fluistert. De dagen zijn kort, maar het licht in ons brandt des te helderder wanneer we het delen.
Moge november je rust brengen, en een zacht begin van de winterse magie die nadert🌙
LEZING: De hoed, de ketel en de bezem – oorsprong en betekenis van drie heksensymbolen
14 november, Gasselte zie pagina spirituele avonden
Wanneer we het beeld van de heks voor ons zien, denken we direct aan drie vaste attributen: de hoed, de ketel en de bezem.
Ze lijken vanzelfsprekend, maar elk van deze voorwerpen heeft een lange geschiedenis die veel ouder en praktischer is dan het latere sprookjesbeeld doet vermoeden.
De hoed bijvoorbeeld, stamt niet uit magie of bijgeloof, maar uit het dagelijks leven.
In de late middeleeuwen en vroegmoderne tijd droegen vrouwen — zeker zij die kruiden verzamelden of handel dreven — vaak brede hoeden als bescherming tegen zon of regen.
Sommige historici wijzen erop dat de hoge, puntige vorm verwant is aan de hoofddeksels van vrouwelijke brouwers en handelaren, groepen die later geregeld als ‘heks’ werden bestempeld toen hun zelfstandigheid verdacht werd, maar klopt dit verhaal wel.
De ketel was een onmisbaar gebruiksvoorwerp in elk huishouden.
Ze stond symbool voor zorg en voeding, maar ook voor het praktische werk van geneeskrachtige bereidingen: het koken van kruiden, zalf en zeep.
In volksgeneeskunde en oude huisrecepten was de ketel letterlijk de plek waar kennis, ervaring en natuur samenkwamen.
De bezem tenslotte had in oude tradities vooral een reinigende functie.
Men veegde er letterlijk en symbolisch het oude weg — uit huis, uit stal, of bij de drempel en voor rituelen en jaarwisselingen.
Het beeld van de vliegende heks ontstond pas veel later, toen heksenprocessen en volksverhalen elkaar begonnen te beïnvloeden.
In werkelijkheid was de bezem een symbool van huiselijkheid, vruchtbaarheid en bescherming.
In deze lezing gaan we terug naar de oorsprong van deze drie voorwerpen —
om te laten zien hoe gewone gebruiksvoorwerpen uit het dagelijks leven langzaam veranderden in de krachtige symbolen van de heks die we vandaag nog steeds kennen.
✨ Laten we samen terugkijken naar waar het werkelijk begon en hoe ze nu gebruikt worden.












